Zestig jaar schipperskinderen opvoeden

Verbetering communicatiemiddelen veranderden veel aan contact tussen ouders en internaat

DORDRECHT  Een leeg hok is overgebleven van de telefooncel op internaat De Singel in Dordrecht. Met de komst van het mobieltje werd de vaste lijn overbodig. De cel werd minder en minder gebruikt. De ene telefooncel verdween vijf jaar geleden al, de ander werd vorig jaar weggehaald. Het internaat in Dordrecht bestaat dit jaar zestig jaar. In die tijd is het contact tussen ouders en het internaat, en daarmee het samen opvoeden, aan grote veranderingen onderhavig geweest.

Margreeth Fernhout

De verbeterde communicatiemogelijkheden hebben voornamelijk voordelen, maar zorgen op het internaat soms ook voor problemen die eerder niet bestonden. Ouders die bellen met het internaat, omdat zij zojuist een boze zoon of dochter aan de lijn hadden. Straf gekregen en natúúrlijk geheel onterecht. Situaties waar zowel ouders als internaat mee om moesten leren gaan. Anderzijds gebeurt het opvoeden door de toename van het contact nu veel meer samen met de ouders.

Zuster Coby de Rouwe herinnert zich dat kinderen soms maar zelden contact hadden met hun ouders. Zij kwam in 1961 op het internaat werken. “Er waren wel heel veel kinderen met heimwee. Sommigen gingen echt heel weinig naar boord. Wij spraken de ouders al helemaal niet veel, alleen als ze de kinderen kwamen halen of brengen.” Opvoeden stond op de tweede plaats, het internaat was er vooral om te zorgen dat een kind te eten en een bed had.

Internaatskind van het eerste uur Wim Oosse herkent dat: “Het internaat had lang niet zoveel contact met de ouders als nu. Noodgedwongen was het minder, omdat de ouders veel minder op internaat kwamen. We kwamen meestal alleen met de trein. Je moest het wel heel bont maken wilden de zusters contact opnemen met de ouders. Wat dat betreft was de tijdsgeest natuurlijk ook anders, wij werden heel anders opgevoed dan de kinderen van nu.”

Samen opvoeden

Jan Hospers, directeur van internaat de Singel benadrukt dat het opvoeden van de kinderen tegenwoordig in samenspraak met de ouders gebeurd. “Je kunt ouders niet alles laten bepalen, maar wel zoveel mogelijk met hen overleggen. De groepsleiding overlegt veel met de ouders en op hoger niveau heeft de oudercommissie inspraak. Maar het is zeker niet zo dat ouders een verlanglijstje kunnen indienen.”

Tineke Wolters heeft drie kinderen op internaat, de oudste is 19 en de jongste 8. In de tien jaar dat zij nu als ouder op het internaat rondloopt, heeft ze al grote veranderingen gezien. “De kinderen mogen veel meer. Veronique, de oudste, moest haar boord nog leegeten, of ze het lustte of niet. Nu wordt daar toch wel makkelijker over gedaan.”Wolters merkt wel dat het contact tussen internaat en de ouders hechter is geworden. “Ze luisteren veel beter naar wat wij zeggen. Er kan overal over gepraat worden.”

Volgens menig ouder is er wel een grens in het samen opvoeden. “Wat mijn kinderen hier op internaat uitvreten, moet hier opgelost worden,” zegt Corné Raaijmakers. Hij heeft zijn zoon nu voor het tweede jaar op internaat. “Ik wil niet hebben dat er om ieder wissewasje naar boord gebeld wordt. Een straf moet in eerste instantie vanuit internaat komen, als wij het er niet mee eens zijn zien we dan wel verder.” Theo van der Hoff sluit zich daarbij aan: “Je moet niet overal een drama van willen maken. Het kan mij niet schelen als ze een kussengevecht hebben gehouden.”

Contact zoeken met ouders

Van samen opvoeden was in het begin van het internaat helemaal geen sprake. Kinderen zagen hun ouders zelden, alleen met de vakanties gingen ze naar boord. Het internaat zorgde voor een bed en eten, opvoeden had geen prioriteit. Het heeft lang geduurd voor dat veranderde.

Hospers herinnert zich van zijn begintijd nog dat het contact met ouders echt opgezocht moest worden. “Toen ik in 1971 begon, was het al niet zo extreem meer. Daarvoor gebeurde het nogal eens dat een kind op zondagavond plotseling op de groep stond. Dan bleek dat de ouders het gewoon voor de deur afgezet had. In mijn eerste tijd op internaat hadden we al wel overleg met de ouders en legden we boordbezoeken af.”

De ouders werden uitgenodigd voor een kopje koffie op zondagavond en er was aandacht voor de ontwikkeling van het kind. Door de verbetering van de communicatie werd dat contact nog beter. “Ouders van nu zijn veel meer betrokken bij hun kind,” zegt Hospers. “De techniek heeft daaraan bijgedragen, maar zeker ook de maatschappij. De kijk op opvoeden is sterk veranderd, dat heeft weinig met de komst van de telefoon te maken.”

Mobiele telefoon

Nu de mobiele telefoon voor iedereen toegankelijk is, krijgen ook steeds jongere kinderen op internaat een telefoon. Een belletje naar boord als er straf is uitgedeeld is zo gebeurd. Van der Hoff ziet daarin een gevaar. “Ik weet best dat mijn kind niet altijd gelijk heeft, maar als hij naar boord belt en op hoge toon zijn verhaal doet, word je daar vanzelf kwaad over. Als je met zo’n insteek vervolgens naar de leiding belt, is het lastig een eerlijk oordeel te vellen. Je moet als ouders er voor waken niet meteen partij te trekken voor je kind.”

Een speciaal beleid ten aanzien van mobiele telefoons heeft het internaat niet. Iedereen mag een mobieltje hebben en iedereen mag het gebruiken. Hospers: “Je kunt het een kind niet verbieden naar boord te bellen als er iets is. Maar het is natuurlijk wel eens zo dat het verhaal van het kind niet overeen komt met de werkelijkheid. Dat gebeurt soms.” Hoe dan ook zou Hospers graag willen dat kinderen eerst naar de leiding gaan. “Gelukkig is dat ook vaak genoeg nog het geval. En de meeste mobieltjes worden alleen op vrijdagmiddag op weg naar boord gebruikt.”

 

Voor de Scheepvaartkrant.