Er valt niet aan te ontkomen, overal wulps gevormde vrouwenheupen. Als straatlantaarns, als oorbellen, als cocktail en in de bomen. De Coco de Mer, met z’n sensuele vorm de meest erotische noot die de natuur heeft voortgebracht is hét symbool van de tropische eilandengroep de Seychellen in de Indische Oceaan.
‘s Nachts, met volle maan, dan gebeurt het. De honderden jaren oude Coco-de-Merpalmen van Vallée de Mai op het Seychelse eiland Praslin buigen zich naar elkaar toe en beginnen aan hun paringsritueel. Niemand die precies kan vertellen hoe het er uit ziet, want, zo waarschuwt Brenda, ,,iedereen die geprobeerd heeft te gluren is dood neergevallen.”
Brenda staat aan de poort van het natuurgebied Vallée de Mai. Ze waakt over de paar van de palm afgevallen Coco de Mer die voor de bezoekers tentoongesteld liggen. Aanraken mag, maar omdat de Coco de Mer beschermd is, kunnen ze niet als souvenir mee worden genomen. Daar staat tegenover dat Brenda de waarschuwing vooral niet ‘s nachts in Vallée de Mai te komen gratis en voor niets weggeeft.
Want Brenda en de rest van de Seychellers blijven de Coco de Mer graag in een beetje mysterie hullen. Nog voor de Seychellen ontdekt waren, was de noot al het symbool van de eilanden. Rottende en halfvergane Coco de Mer werden alleen op volle zee of de stranden van de Maldiven gevonden, wat de mythe deed voeden dat de bomen op de zeebodem groeiden. Het duurde eeuwen voor biologen de Seychellen en daarmee de palm zelf ontdekten.
Ook al groeit de Coco de Mer tegenwoordig alleen nog op Praslin en het kleine buureilandje Curieuse, op alle Seychelliaanse eilanden is wel een verwijzing naar de noot te vinden. Is het niet in de vorm van een souvenir, dan wel in de vorm van een cocktail of hotel. De vrouwelijke vruchten van de palm worden tot een halve meter groot en lijken op een stel vrouwenheupen. Grapje van de natuur: de mannelijke vrucht is een staaf van ruim een meter lang. Aan de buitenkant van de bloem groeien sporen, die door de wind naar de vrouwelijke vrucht worden gedragen.
Vallée de Mai op Praslin is het park waar de grootste verzameling Coco-de-Merpalmen te zien is. Ze vormen met hun gigantische bladeren het dak van het natuurgebied. ,,Hard regenen doet het hier nooit,” zegt Brenda. ,,De bladeren van de Coco de Mer kunnen vier meter breed worden. Dat houdt de meeste regen wel tegen. En anders kun je een blad van de grond rapen en er met de hele familie onder schuilen.”
Dan spitst Brenda haar oren. Getjilp en gekwetter uit de palmen. Ze hoort ‘m weer, dat andere bijzondere levende wezen in Vallée de Mai. Het is de kleine vasapapegaai, door de Seychellers de black parrot genoemd. Er zijn nog maar zo’n tweehonderd vogels over, maar ze laten zich voortdurend horen. Zien is een ander verhaal. Brenda wijst naar boven, tussen de palmbladeren door. ,,Daar zit-ie ergens. Maar ja, hij is grijs he, moeilijk te zien. Eigenlijk zou je bij mij in de tuin moeten komen kijken, daar zie ik er elke ochtend wel eentje.”
Het pad door Vallée de Mai kronkelt, gaat omhoog en weer omlaag, kruist een beekje en loopt dan weer door een moeras. Palmen staan er in alle soorten en maten en Brenda heeft al bij de ingang bij iedere boom een verhaaltje. ,,Deze, die eruit ziet alsof hij zo weg zou kunnen lopen, groeit met een heleboel kleine takken uit de grond. Pas hogerop wordt het een stam. Die andere doet het juist andersom: eerst een stam, en vanuit de kruin groeien extra takken naar beneden waarmee hij op de grond rust. En van deze palm eten we de bloemen wel eens in de sla. Nee, dat mag inderdaad eigenlijk niet, de boom is beschermd. Maar lekker is het wel.”
Op La Digue klinken is het de Coco de Mer die alle cocktails, taartjes en curry’s tropisch doet klinken. De noot zit er helemaal niet in, omdat hij ten eerste niet echt lekker is en het ten tweede verboden is van de Coco-de-Merpalm te plukken. Maar net dat ene woordje maakt nippen aan die cocktail op misschien wel het mooiste strand van de wereld tot een echt tropische ervaring.
,,Misschien wel het mooiste strand? Zeker weten het mooiste strand! Niet alleen van de Seychellen, maar van de hele wereld,” zegt Kevin Jeanne. Hij laat toeristen met zijn boot Keira de stranden vanaf zee zien en brengt ze naar de beste duik- en snorkelplekken. ,,Hier op La Digue zijn de stranden zijn het witst, de palmen het groenst en de rotsen het indrukwekkendst. En, dat vind ik nog belangrijker, we denken hier om klimaatverandering. Er zijn maar een paar auto’s op La Digue, iedereen loopt of gaat op de fiets.”
Inderdaad staan her en der fietsverhuurders klaar om hun fiets met achterop een boodschappen mandje voor een paar euro per uur verhuren. De hotelkamers op La Digue zijn een stuk schaarser dan op Praslin, maar de paar gelukkigen die er toch overnachten laden hun koffers in een ossenkar. De koe sjokt op zijn dooie gemak de heuvel op, opgejaagd door niets of niemand. Precies in het tempo van alles op La Digue: ontspannen, rustig.
In datzelfde tempo bouwt Kevin ook de nieuwste attractie op La Digue: een aquarium in de openlucht. ,,Hier wil ik mensen leren over de zee. Toeristen, maar vooral ook de kinderen van La Digue. Ze weten zo weinig van wat er leeft in de zee, terwijl ze er wel dagelijks uit eten!”
Het allermooiste strand van La Digue, en volgens Kevin dus van de hele wereld, is een fietstochtje van tien minuten vanaf de haven, het strand Source d’Argent. Wegen houden hier op, alleen een kronkelend voetpaadje voert nog langs de kust. De palmbomen zorgen op het paadje voor schaduw en afscherming, soms verraadt alleen het geluid van de oceaan dat de kust nog geen drie meter verder is. Indrukwekkende rotsen scheiden het oerwoud van de zee en zorgen voor tientallen stranden, van klein tot groot. Toeristen zijn er nauwelijks en zo kan elk strandje een privéstrandje worden.
Niets anders willen dan zwemmen en op het strand liggen. Dat is het effect van Source d’Argent. Probleemloos alle stiekem toch op vakantie meegebrachte sores vergeten en het leven zo glashelder zien als het water. Zonder verveling uren kunnen staren naar de zee, die de ene keer net wel die mooie rots voor je raakt en de andere keer net niet. Net zo lang stilzitten tot de krabbetjes weer uit het zand kruipen. En intussen aan je Coco-de-Mercocktail zonder Coco de Mer nippen.
Maar na een dagje cocktails drinken en luieren gaat zelfs de schoonheid van La Digue een beetje vervelen. De cocktails worden hier met mate gedronken en als de laatste boot vertrokken is, gaan overal de deuren dicht.
Nee, dan liever de wekelijkse bazaar op het grootste eiland Mahé op het strand van Beau Vallon. Aan de ene kant van de ‘boulevard’ zetten de locals iedere woensdag hun standjes neer, bij wie het Creoolse eten een fractie van de maaltijden in de restaurants kost. Kip, varken, vis, ja zelfs octopus in curry is er voor anderhalve euro te krijgen.
Aan de andere kant van de boulevard staan de souvenirverkopers. Natuurlijk alles weer met de Coco de Mer als versiering. De noot is in vrijwel elk souvenir terug te vinden, van sleutelhanger en koelkastmagneet tot priegelig houtsnijwerkje en schilderij.
Als de razendsnelle tropische zonsondergang voorbij is, komt de bazaar echt tot leven. De locals wisselen de laatste roddels uit, bij ieder eetkraampje staan mensen te praten. Omdat vrijwel alle Seychellers drie talen beheersen (Creools, Frans en Engels) spreken ze het ook gerust door elkaar. Niemand die er van op kijkt als een gesprek begint met bonjour en eindigt met goodbye.
Intussen pakt een gelegenheidsbandje de instrumenten uit en begint een reggea-achtig deuntje te spelen. Op het strand zitten her en der mensen te eten, locals en toeristen door elkaar. Met plastic bestek, uit plastic bakjes, maar de curry smaakt er niet minder om. Als dan ook nog de kraam met lokaal gebrouwen toddy opengaat, kan het feest helemaal niet meer stuk. Met blote voeten in het zand uit plastic flessen de van palmbomen getapte ‘wijn’ drinken, terwijl het geluid van de oceaan steeds net de muziek op de achtergrond overstemt, dat is vakantie vieren in het paradijs van de mysterieuze Coco de Mer.
De Seychellen
115 eilanden in de Indische Oceaan, waarvan Mahé, Praslin en La Digue de grootste zijn. Er wonen nog geen 90.000 mensen op de archipel, waarvan eenderde in de hoofdstad Victoria woont. Vrijwel iedereen op het eiland spreekt zowel Creools als Frans en Engels. De munteenheid is rupee. De prijzen verschillen enorm, aan de straat kost een stevige maaltijd maar een euro, in een restaurant al gauw twintig tot vijftig euro. Het eiland kent nauwelijks seizoenen en is eigenlijk het hele jaar door goed te bezoeken.
Hoe kom je er?
Eerst de trein in, met NS Hispeed naar Parijs of de ICE Frankfurt. Vanaf Frankfurt vliegt Condor een keer per week voor rond 700 euro heen en weer, vanaf Parijs is een retourtje met Air Seychelles ongeveer 800 euro. Air Seychelles vliegt in een kwartiertje ook naar Praslin, de andere eilanden zijn alleen met privévluchten en boten te bereiken. Praslin – La Digue is ongeveer twintig minuten met de boot.
Er zijn ook pakketreizen naar de Seychellen, Fox Vakanties biedt een 9-daagse reis aan vanaf 1819 euro.
Waar overnachten?
De drie grootste eilanden hebben allen een zeer divers aanbod aan hotelbedden, varierend van 60 tot meer dan 600 euro en van kleine guesthouses tot hotels met honderden kamers.
Mahé heeft het grootste aanbod hotelbedden. Overnachten in een guesthouse kost tussen de 60 en 100 euro. Daniella’s Bungalows, op een paar minuten loopafstand van Mahé’s populairste strand Beau Vallon. www.daniellasbungalows.com
Ook zijn er verschillende bungalows te huur op basis van logies, bijvoorbeeld de Chalets Anse Possession op Praslin. Meer info via tessalablache@hotmail.com.
Zelfs op La Digue vallen de hotelkamersprijzen alles mee. De meeste kamers zijn rond de honderd euro, maar het kan al vanaf 60 euro. Bijvoorbeeld in Vanilla Guesthouse, een stukje landinwaarts vanaf de aanlegplaats. Meer informatie via vanillaguesthouse@hotmail.com
Het toerismebureau, onder andere gevestigd op het vliegveld, kan helpen met boekingen.
Visa en inentingen
De Seychellen zijn er uitermate trots op: bij hen geen tropische ziekten. Extra inentingen zijn dan ook niet nodig. Een visum wordt gratis gekregen bij de douane in Mahé.
Voor AD Reiswereld.